
Hoe gaat dit in zijn werk? Bij een ongeluk wordt logischerwijs de dichtstbijzijnde ambulance ernaar toegestuurd. Echter, als er vlak daarna een nieuw ongeluk gebeurt in diezelfde buurt, kan het gebeuren dat geen enkele ambulance daar binnen 15 minuten aanwezig kan zijn; de dichtstbijzijnde ambulance is immers al bezig met het eerste ongeluk.
Het 'gat' in de gebiedsdekking dat ontstaat na het sturen van de ambulance naar het eerste ongeluk, kan worden opgevangen door het verplaatsen van één of meerdere ambulances. Van Barneveld bedacht hiervoor verschillende methodes en modellen om te bepalen welke ambulance waarheen herplaatst moet worden om zo een optimale gebiedsdekking te behouden. Zo blijft de 15-minutenregel van kracht: de landelijke norm dat ambulances – in een rustige situatie – zó verdeeld zijn in een regio dat zoveel mogelijk incidenten binnen een kwartier bereikt kunnen worden.
Door de methoden van Van Barneveld toe te passen kunnen dus levens worden gered.
Het proefschrift is HIER te downloaden.
[Foto: Depositphoto]